20260922. Please press F5 now.
Copyrigth pa0nhc.

De nieuwe antenne.
In juli 2025 verhuisde ik op 86 jarige leeftijd van De Meern naar
Vleuten. Rugpijn. Hartfalen. Ik kan niet meer vrij staan. En moet veel
geholpen worden. Want mijn evenwichts gevoel is
weg. Dus weg uit een een appartement op
de 2e verdieping, naar een
zorgwoning op de begane grond. Van een perfect werkende 80m+40m “Magloop”, naar een eind
gevoede draad in de bomen. Ik vreesde het ergste wat storingen betreft.
Het draad.
Waarom moeilijk doen als het makkelijker kan. Ik kocht daarom een 80m
tot 10m Endfed antennekit van “HF-Kkits”. Zeer compleet, prima
kwaliteit, goed geprijsd. Kleinzoon Brian deed al het klim- en montage
werk.
De antenne begint op 3m hoogte, en klimt westwaarts tot ca. 8 meter
hoogte naar een eikenboom. De lengte van dit deel is ca. 18 meter.
Daarna daalt de draad zuidwaarts tot ca. 6 meter hoogte naar een andere
eik. In dit deel bevindt zich de 80-meterband-verlengspoel.
De antenne
locatie is : 52.104213, 5,016324.
Bliksem.
Ervaring leerde me, dat een blikseminslag op 100m afstand enorme
inductie stromen of spanningen in de antenne op kan wekken. Resulterende
ca. 40 jaar geleden in vonk-overslag vanaf mijn draadantenne van
centimeters lengte. En recenter resulterende in een defecte “Magloop”. Grote
ïnducectiestromen in het raam veroorzaakten toen defecte
2kV foleiecondensatoren of een defecte ringkern. Waardoor het raam niet meer af te stemmen was.
Om nu een
eventueel nog aangesloten zend-ontvanger zo goed mogelijk te beschermen,
is tussen de transformator en de coax kabel een 350V-piek gaspi “Surge Arrestor”
opgenomen. En een schakelaar die zowel coax afscherming als kern
loskoppelen. Met minstens 3kV isolatie. Maar indien nodig draai
ik de antenne aansluiting bij de TRX zeker ook los.
De transformator.
Deze transformeert de 50 Ohm coax kabel impedantie naar een 2450 Ohm
antenne impedantie. De primaire wikkeling van de transformator bevat 2
windingen, en de
secundaire
wikkeling bevat 14 windingen over een 62mm #61 ringkern. Beide wikkelingen
zijn aan één einde “geaard" aan de massa van de 50 Ohm aansluiting Statische ladingen op de antenne vloeien
dus veilig via de transformator naar “de aarde”.
Het bijzondere aan mijn antenne systeem : Het
"Aarde-frame".
Een Endfed antenne heeft een
punt met lage systeem impedantie ("aarde") nodig , om HF-spanning aan
één uiteinde van de
antennedraad toe te kunnen voeren. Het andere uiteiunde is
nergens mee verbonden. Vaak
ontbreekt de daarvoor benodigde korte dikke "aarde" verbinding.
Men gebruikt vaak meerdere op amateurbanden afgestemde stukken 1/4 lambda
draden, radialen genaamd. Of misbruikt men zelfs de coax
mantel als zodanig. Met storing ellende als gevolg.
De afscherming van mijn transmissielijn-coax is bij de
transformator aan een
verticaal aluminium raamframe
aangesloten (zie foto). Dat "frame" is in het
plafond, en in de vloer,
in metalen schroef-bussen vastgeschroefd.
Tijdens de bouw zijn die bussen aan het (onzichtbare) betonijzer
vastgelast. En dat betonijzer is weer, via
aard-electroden, met de aardbodem verbonden.
Dat geheel vormt
een korte, laag-ohmige verbinding met aarde.
Voor de
(relatief lange)
80 meter tot 10 meter radio-golflengtes,
vormt al dat metaal in al die balkons (zie foto bovenaan) een
breed, vertikaal en goed geaard metalen raster, of "frame".
Mijn aansluitpunt op dat
frame vormt zo een zeer laag
impedantie-punt. Dat is mijn "Aardpunt".
De antenne HF-stroom.
De HF-antenne-stroom loopt vanaf het einde van de secundaire transformator
wikkeling, via de loodrecht op het gebouw gespannen antenne, door de
lucht naar de aarde. Dan loopt de HF-stroom door de aarde, naar
dat 3 meter lange, vertikale aluminium raamframe op mijn balcon.
En daarover weer terug naar het begin
van de secundaire transformator wikkeling.
Die HF-stroom loopt dus hoofdzakelijk vertikaal in, of loodrecht op,
het front van het pand. Er is daardoor weinig kans, dat ook HF-stroom in het horizontaal lopende metaal in de balcons
wordt gekoppeld.Tevens schermen die metalen balkon frames het
hoogfrequent-veld af van het gebouw.
Resultaat :
Er zijn geen HF invloeden te merken in mijn PC
met audio
mengpaneel, en externe actieve luidsprekers, noch in mijn TV met
externe actieve luidsprekers.
Wat ik verwachtte als een teleurstellend experiment te zijn, bleek een opmerkelijk goede antenne.
Mantelstromen en CMCs.
Elke coaxiale kabel bevat 3 (ja drie) oppervlakken waar stroom
kan lopen. Allereerst loopt op de centrale geleider een
stroom vanaf een bron naar een belasting. Maar
diezelfde stroom loopt daarna weer over het binnen oppervlak van de
afscherming terug naar die bron.
De coax afscherming heeft echter een tweede geleidende
laag op het buiten-oppervläk. Die twee lagen zijn van elkaar gescheiden door het
"skin-effect.
Op dat buiten-oppervlak kunnen, door
uitwendige HF-velden, ook HF-stromen worden opgewekt. Men noemt
deze stromen
"mantelstromen".
Die wisselwerking kan zeer hinderlijke effecten teweegbrengen.
Mantelstromen moeten daarom hier vermeden worden. Bijvoorbeeld door toepassing
"mantelstroom smoorspoelen". In het Engels worden die
"Common Mode Chokes" genoemd. Afgekort als "CMC". Die vormen hoge sper
impedanties op alleen het buitenoppervlak van de coax
afscherming. Het inwendige van de coax kabel is door de
afscherming van de CMC gescheiden. Daar heeft een CMC dus geen
invloed op. Moeilijk ? Duur ?
Zeer effectieve CMCs zijn het
goedkoopste zelf te maken.
Mijn zelfgemaakte breedband CMCs bestaan uit 13 windingen
RG58CU Mil spec C17 coax (ca. 1,2 meter coax lengte) op
een FT240-31 ferrietkern. Zie de foto rechts.
De oaxkabel windingen
moeten strak, dicht
naast en tegen elkaar (niet over elkaar), en in één richting
gewikkeld worden.
Houdt ook zo groot mogelijke
afstand tussen de einden van de coax. Om daar paralelcapaciteit
te beperken, en een ongunstige parallel
resonantie te vermijden.
De einden aan de ferrietkern fixeren met zwarte wurgbandjes.

De
met behulp van een VNA
gemeten sper-impedantie van deze CMC's bedraagt in het
hele kortegolf gebied tussen 1600 Ohm
en
3100 Ohm ! Zie de grafiek hiernaast.
Opmerking : Dit type CMCs werkt het beste op plekken met
lage bron- of
belasting impedantiies. Dus niet direct aan een hoog impedante
eindgevoede draad. Wel aan de geaarde, laag-impedante, transformator
ingang ervan.
Bij mijn antenne is tussen de aanpassing-transformator, en de coax kabel
("feeder"), een identieke CMC gemonteerd.
De op de buitenzijde van de feeder lopende common mode (HF-)-stromen, ondervinden flinke weerstand (verzwakking)
door die CMC. Waarna de
overgebleven stroom-resten
makkelijk naar het laag-impedante "Aardpunt" afvloeïen. Ze
kunnen de
transformator bijna niet bereiken. Een identieke CMC is tussen de
coax-feeder
en de zender geplaatst. En blokkeert ook daar eventuele mantelstromen.
Maar het belangrijkste effect is : Die
twee CMCs voorkomen ook, dat de coax afscherming als een
"radiaal"
kan werken. Waardoor de antenne eigenschappen zouden verslechteren,
en storingen zou kunnen ontvangen.
Deze CMC's blijken
in mijn antenne systeem zeer effectief. De zeer gewenste resultaten
zijn in mijn situatie :
+ Breedbandig lage VSWR op
alle banden,
+ Geen HF-storingen in mijn kamer.
De coax velocityfactor en het effect van
CMCs.
Voor HF-stromen lijkt de
binnenkant van
mijn feeder wel 50% langer te zijn dan
de buitenkant.
Dus niet ca. 14 meter, maar ca. 21
meter.
Ik noem die
schijnbare inwendige lengte
voor HFstroom eenvoudigweg : de "elektrische
lengte".
Dat "elektrsche lengte"-effect ontstaat,
door de aanwezigheid van een plastic
isolatie, tussen de centrale geleider
van de coax en de
afscherming.
Hierdoor lopen HFstromen aan de binnenkant van de coax
1,5 maal zo traag, dan de
HF-stromen op het buitenoppervlak van de afscherming.
1,5 x zo traag is anders gezegd
0,66 x zo snel. In het Engels noemt men die "0,66" de
velocityfactor van de coax.
Die is voor RG58CU
coax 0,66.
Voor PTFE coax kan die 0,82 of 0,69
zijn.
De coax lengte, die voor het maken van beide CMCs is gebruikt,
telt mee voor de weglengte, die
afgelegd wordt door de
inwendige
HFstromen.
Die CMC-coax lengtes tellen echter niet
mee voor uitwendige
HFstroom. Die stroom wordt
immers
door die CMCs geblokkeerd. Dat is
hun taak. En hier geldt ook de
velocityfactor niet.
Daardoor is
voor HF-stromen
, de
uitwendige coax lengte
tussen de twee CMCs
veel korter
(12 meter), dan de inwendige electrische
lengte (21 meter).
En
resoneert (dankzij die CMCs) dat
buitenoppervlak
van de coax
niet
op de amateurbanden.
Welke coax en connectoren gebruiken.
+
De voor mijn antenne gebruikte coax is
RG58CU MILspec C17.
+
De velocityfactor ervan is 0,66.
+ Gebruik coax met
dicht gevlochten koper afscherming.
+
Vermijd coax met folie afscherming. Ik
ervaardde slecht afscherming contakt,
verkeerde
impedantie (ergen bij 63 Ohm), Bij 1MHz
al hoge verliezen.
+ Gebruik connectoren met
wartel die de coax afscherming
knellend fixeert.
+ Let er bij UHF
en BNC connectoren op, dat xe strak
passend en spelingvrij
in elkaar passen.
+ Zorg ervoor dat
ze na montage, stevig tegen elkaar
aandrukken, ter voorkoming
van signaal-lekkages.
+ Gebruik in de buitenlucht
N-connectoren. Die zijn en blijven
waterdicht en maken goed contakt.
+ Binnenshuis kunnen eventueel
goede kwaliteit BNC connectoren
worden toegepast. Ze zijn echter niet waterdicht.
De antenne metingen.
De door mij gebruikte Vector Network Analyser
is een “NanoVNA
V2.2 Plus4”. De software was VNA-qt. Deze VNA heeft naast
de twee HF poorten, een mechanisch
degelijke USB-B poort. De benodigde 5Vdc werd hieraan via een 5m lange
datakabel toegevoerd.
Na het inkorten ("trimmen") van de antenne, werden
resonantie grafieken, en
impedantie metingen aan de antenne uitgevoerd.
De VNA was hierbij direct aan de
antennetransformator gekopeld.
De overige metingen werden uitgevoerd
met de VNA aangesloten aan het begin van
de feeder. Met zowel aan de zenderzijde
als aan de antenne een CMC.
De optimale
lengte van de coax-feeder.
De totale elektrische lengte
van de coax-feeder, inclusief connectoren en CMCs, is zeer
belangrijk voor optimaal lage VSWR bij de
zender.
Deze totale
elektrische
lengte
moet 1/4 lambda zijn voor 3,55 MHz.
Voor 7,1MHz is de elektrische lengte dan 1/2
lambda, voor 14,2MHz 1xLambda, voor
21,3MHz 1,5xlambda, en voor 28,4MHz
2xlambda.
Bij
deze elektrische lengtes gedraagt de
feeder zich als een veelvoud
maal 1/2 lambda lang
voor alle bovengenoemde banden.
Met als doel dat
de VSWR die bij de zender gezien wordt, zo weining
mogelijk verschilt van de VSWR die bij de antenne gemeten werd.
Rekenvoorbeeld.
De
velocityfactor van een kabel die
gebruikt werd voor deconstructie van een
CMC was 0,66 (zie foto).
Als CMCs hiermee gemaakt worden, bevatten die
ieder dus ook een stuk coax lengte.
De uitwendige (fysieke)
lengte van die coax kabel is
maar 0,66x zo lang dan de (inwendige) elektrische
lengte ervan.
De totale
fysieke feeder lengte
wordt dan voor 3,55MHz
(dus
inclusief
de fysieke coaxlengtes van beide CMCs, en de
pluggen) :
Vlicht
/ f
x 1/4 x
Verkortingfactor
300 / 3,55 x
1/4 x
0,66
= 13,94 meter.
Deze
(totale) fysieke feederlengte is het
uitgangspunt voor coaxlengte.
Als per CMC bijvoorbeeld 1,4m coax gebruikt zou
worden, dan wordt de fysieke
coax lengte tussen
beide CMCs : 13,94m - 1,4m - 1,4m =
11,14 meter.
Te lang of te kort.
*
Als een
feeder te lang is, rol het te lange deel
dan op.
* Als
een feeder langer dan 11 meter
nodig is, dan moet men van de
dubbele
coaxlengte
uitgaan : 2x13,94m = 27,92m.
Hier gaan weer 2 CMCs vanaf, bijvoorbeeld : 27,92m - 2,8m = 25,12m
coax lengte. Bestel dan 26m coax.
* Bij het meten van deze
2x zo lange coax, treedt op een 2x zo lage frequentie
(3,55MHz / 2),
de eerste fasesprong op. Dus bij
1,775MHz.
Op eenvoudige manier de
exacte lengte van een willekeurige coax
kabel meten.
Wat is de fysieke lengte
L van de RG58CU coax kabel, die voor de
CMC van de foto hierboven gebruikt is ?
+
Sluit eén uiteinde van de coax kabel op een
VNA aan, maar laat het andere uiteinde
vrij.
+
Laat de fasekarakteritiek van de coax kabel
tonen.
De
eerste fasesprong van
die kabel (van
+180 naar -180 graden),
blijkt op
een frequentie van 35,375MHz op te treden.
Zie de afbeelding hiernaast.
Dan is de elektrische lengte Le van die coax kabel
dus
1/4
lambda voor 35,375MHz.
Le is
dan te berekenen als : (( Vlicht / f ) / 4 ) of
((300.000.000 /
35.375.000) / 4) = 2,12m.
De fysieke
coaxlengte van één CMC wordt dan L = (Le
x Vcoax) =
L
=
(2,12m x 0,66 ) = 1,4m.
Bewijs dat 13,94m feederlengte voor
deze antenne met de 80m,40m,20m,15m en
10m banden de goede keus is :
Om het optimale effect van deze
gunstigste
electrische coax lengte aan te tonen, werden aan de
zender zijde
van de feeder weer VSWR metingen gedaan.
De bij de zender gemeten VSWR waardes,
komen nu
per frequentieband ongeveer overeen, met die
bij de bij de antenne gemeten VSWR waardes.
VSWR en de interne automatische antenne tuner.
Als de VSWR lager is dan 1,5:1 hoeft de
automatische tuner van de TS570-D niet gebruikt te worden.
Het gereflecteerde vermogen
is dan lager dan 4%.
Als de VSWR ongemerkt naar
hoger dan 1,3:1 oploopt, regelt de zender automatisch zijn
uitgangvermogen terug, zodat de eindtrap minder kans op schade
ondervindt.
Om de VSWR
voor de eindtrap naar veilige waarde te brengen. mag tot VSWR 3:1
de tuner gebruikt worden,.
De tuner
mag niet gebruikt worden bij een VSWR waarde
hoger dan 3:1.
De
tuner
kan dan schade oplopen.
Dan is het gereflecteerde
vermogen namelijk 50% of hoger.
De eerste
praktijk ervaringen.
Overdag is het door mij ontvangen stoorniveau
in de 80m band en in de 40m band erg hoog, tot S9.
Het lijkt van lokale stoorbronnen te
komen.
Meestal verdwijnen na de schemering alle
lokale storingen
geleidelijk. Dan zijn soms de overgebleven "grond"-ruissterktes
bij voorbeeld in de 80m band S5, en in de 15m band S2.
Dat is voor in een stedelijke omgeving zondermeer goed te
noemen.
De
“man made noise” in de 10m band is dan zelfs maar net iets sterker
dan de “eigenruis” van de ontvanger.
Juli 2026
: In de 80m amateur band
waren amateur signalen te zien tot S9+30dB ! De
antenne leek het daar in oostelijke richting goed te doen met Duitsland,
Oekraine en Zwitserland. Nederlandse amateurs rappoteerden goede
signaalstektes voor mijn slechts 100W output.
+ In de 40m band werden amateursignalen van S9+20dB ontvangen.
+ In de 15m band en de 10m band werden DX signalen
waargenomen in zeer lage ruisniveaus.
+
Ik maakte op
21MHz meerdere verbindingen met Engelse (!) amateurstations. Met S9+
signalen over en weer, en weinig QSB. Shaun M0BJL meldde me toen, dat ik op dat
moment het sterkste signaal in de hele 21MHz band bij hem produceerde.
Kennelijk waren er toen bijzonder goede “Tropo propagaties”.
Dat suggereert wel dat mijn antenne op 21MHz een gunstig-lage opstraal-hoek
richting west heeft.
Op 7 september 2026 ca. 16:00
local,
vergeleek ik de door de S-meter van mijn
TS570-D weergegeven signaalsterktes, met die van de webSDR
Maasbree.
Van enklele redelijk sterke (S9 tot
S9+20 dB) radioamateurs
en bakens
in de 40m, 20m en 15m banden leken de
verschillen slechts enkele dB.
De TS570-D
pre-amp was uitgescahekeld en de S-meter
al eerder op 80m gecalibreerd.
Zelfs onder die drie grote eiken hangend,
werkt deze antenne goed.
Ruis.
Het ruisniveau op 160m ,80m en
40m is vaak erg hoog, tot S8/9.
Omdat deze
antenne ca.
16MHz breed
goed aangepast
is aan 50 OHm (zie tabel hieronder),
worden al die breedbandige stoor- en
ruisspanningen tussen 1,6MHz en 14MHz,
in de ontvangeringang
bij elkaar
opgeteld.
Resulterende in overbelasting. Waardoor
weer in
de ontvangeringang
zelf
extra ruis wordt
geproduceerd.
Overbelasting weg => ruis grotendeels
weg.
Door (in mijn TS570-D) de "Att" op ON te
zeteen, worden signalen alle signalen,
dus ook de uit de antenne afkomstige
breedbandige ruis, 3 S-punten
(18dB) verzwakt. Zo wordt de
overbelasting voorkomen. Op de S-meter
worden amateursignalen dan 3 S-punten
zwakker weergegeven. Op de S-meter
vermindert de ruis echter veel meer.
Omdat die grotendeels in de ontvanger-ingang
zelf,
door de overbelasting, werd opgewekt.
Overbelasting weg => ruis grotendeels
weg.
Zet ik daarna ook de "Preamp" op ON, dan
worden de amatursignalen, en de ruis,
beide 3 S-punten harder. De
amateursignalen zijn dus weer even
sterk, maar de ruis is veel minder sterk
dan voorheen. Immers :
Overbelasting weg => ruis grotendeels
weg.
VSWR-bandbreedte (B in
MHz)
2nd meting 20260922.
afgelezen op de SWRmeter van de TS-570-D.
(de
elektrische
lengte van de coax feeder is
1/4lambda@3,5625 MHz).
| Band |
VSWR <= 1,5:1
Use of tuner
not needed |
VSWR <= 3:1
Use of tuner allowed |
80m
3.635
B=0.350 |
3.598-3.687
B=0.089 |
3.578
-3.735
B=0.157 |
40m
7.0-7.2
B=0.200 |
6.599-7.522
B=0.929 |
6.208-8.962
B=2.754 |
20m
14.0-14.35
B=0.350 |
13.320-14.710
B=1.390 |
12.625-16.805
B=4.180 |
15m
21.0-21.45
B=0.450 |
20.205-22.414
B=2.209 |
19.240-23.030
B=4.690 |
10m
28.0-29.7
B=1.700 |
27.250-29.650
B=2.400 |
25.775- ?????
B> 4,225 |
De 80m band is bruikbaar tussen 3578kHz en 3735kHz.
In de volledige 40m, 20m en 15m banden kan zonder een tuner gezonden
worden.
In bijna de volledige 10m band
kan zonder een
tuner gezonden worden.
Zelfs de 160m band is tussen 1940kHz en 1970kHz bruikbaar
getest (met tuner en 10W output).
Mijn signaalsterkte (uit Utrecht) was op 1970kHz op webSDR Maasbree S9.
Boven de de
Rode
lijn is
VSWR >= 3:1.
Onder de
GROENE lijn is
VSWR <= 1.5:1
The VSWR at the TRX-end of the feeder is always better than
on the antenna itself.
VSWR
measured at antenna
VSWR measured at transmitter-end of feeder.
|
Returnloss
van de antenne. |
  |
  |
 |
De antenne
impedantie is, behalve op 14MHz, iets te hoog.
De feeder is op 14MHz een hele golflengte lang.