20260904-3 Please press F5 now.
Copyrigth pa0nhc.
De nieuwe antenne.
In juli 2025 verhuisde ik op 86 jarige leeftijd van De Meern naar
Vleuten. Rugpijn. Hartfalen. Ik kan niet meer vrij staan. En moet veel
geholpen worden. Want mijn evenwichts gevoel is
weg. Dus weg uit een een appartement op
de 2e verdieping, naar een
zorgwoning op de begane grond. Van een perfect werkende 80m+40m “Magloop”, naar een eind
gevoede draad in de bomen. Ik vreesde het ergste wat storingen betreft.
Het draad.
Waarom moeilijk doen als het makkelijker kan. Ik kocht daarom een 80m
tot 10m Endfed antennekit van “HF-Kkits”. Zeer compleet, prima
kwaliteit, goed geprijsd. Kleinzoon Brian deed al het klim- en montage
werk.
De antenne begint op 3m hoogte, en klimt westwaarts tot ca. 8 meter
hoogte naar een eikenboom. De lengte van dit deel is ca. 18 meter.
Daarna daalt de draad zuidwaarts tot ca. 6 meter hoogte naar een andere
eik. In dit deel bevindt zich de 80-meterband-verlengspoel.
De antenne
locatie is : 52.104213, 5,016324.
Bliksem.
Ervaring leerde me, dat een blikseminslag op 100m afstand enorme
inductie stromen of spanningen in de antenne op kan wekken. Resulterende
ca. 40 jaar geleden in vonk-overslag vanaf mijn draadantenne van
centimeters lengte. En recenter resulterende in een defecte “Magloop”. Grote
ïnducectiestromen in het raam veroorzaakten toen defecte
2kV foleiecondensatoren of een defecte ringkern. Waardoor het raam niet meer af te stemmen was.
Om nu een
eventueel nog aangesloten zend-ontvanger zo goed mogelijk te beschermen,
is tussen de transformator en de coax kabel een 350V-piek gaspi “Surge Arrestor”
opgenomen. En een schakelaar die zowel coax afscherming als kern
loskoppelen. Met minstens 3kV isolatie. Maar indien nodig draai
ik de antenne aansluiting bij de TRX zeker ook los.
De transformator.
Deze transformeert de 50 Ohm coax kabel impedantie naar een 2450 Ohm
antenne impedantie. De primaire wikkeling van de transformator bevat 2
windingen, en de
secundaire
wikkeling bevat 14 windingen over een 62mm #61 ringkern. Beide wikkelingen
zijn aan één einde “geaard" aan de massa van de 50 Ohm aansluiting Statische ladingen op de antenne vloeien
dus veilig via de transformator naar “de aarde”.
Het bijzondere aan mijn antenne systeem : Het
"Aarde-frame".
Een Endfed antenne heeft een
referentiepunt (punt met lage systeem impedantie) nodig, om HF-spanning aan het uiteinde van zijn
antennedraad toe te kunnen voeren. Vaak
ontbreekt de daarvoor benodigde korte dikke "aarde" verbinding. En
gebruikt men meerdere op amateurbanden afgestemde stukken 1/4 lambda
lange draden, radialen genaamd. Of misbruikt met zelfs de coax
mantel als zodanig. Met storing ellende als gevolg.
De afscherming van mijn transmissielijn-coax is bij de
transformator aan een
verticaal aluminium raamframe
aangesloten (zie foto). Dat "frame" is in het
plafond en in de vloer
in metalen schroef-bussen vastgeschroefd.
Tijdens de bouw zijn die aan het (nu
onzichtbare) betonijzer
vastgelast. En dat betonijzer is weer, via
aard-electroden, met de aardbodem verbonden.
Dat geheel vormt
een korte, laag-ohmige verbinding met aarde.
Voor de 80 meter tot 10 meter (relatief lange) radio-golflengtes,
vormt al dat metaal in al die balkons (zie foto bovenaan) een
breed, vertikaal en goed geaard metalen raster of "frame".
Mijn aansluitpunt op dat
frame vormt zo een zeer laag
impedantie-punt. Dat is mijn "Aardpunt".
De antenne HF-stroom.
De HF-antenne-stroom loopt vanaf het einde van de secundaire transformator
wikkeling, via de loodrecht op het gebouw gespannen antenne, door de
lucht naar de aarde. Dan loopt de HF-stroom door de aarde, naar
dat 3 meter lange, vertikale aluminium raamframe op mijn balcon.
En daarover weer terug naar het begin
van de secundaire transformator wikkeling.
Die HF-stroom loopt dus hoofdzakelijk vertikaal in, of loodrecht op,
het front van het pand. Er is daardoor weinig kans, dat ook HF-stroom in het horizontaal lopende metaal in de balcons
wordt gekoppeld.Tevens schermen die metalen balkon frames het
hoogfrequent-veld af van het gebouw.
Resultaat :
Er zijn geen HF invloeden te merken in mijn PC
met audio
mengpaneel en externe actieve luidsprekers. Noch in mijn TV met
externe actieve luidsprekers.
Wat ik verwachtte een teleurstellend experiment te zijn, bleek een opmerkelijk goede antenne.
Mantelstromen en CMCs.
Elke coaxiale kabel bevat 3 (ja drie) oppervlakken waar stroom
kan lopen. Allereerst loopt op de centrale geleider een
stroom vanaf een bron naar een belasting. Maar
diezelfde stroom loopt daarna weer over het binnen oppervlak van de
afscherming terug naar die bron.
De coax afscherming heeft echter een tweede geleidende
laag op het buiten-oppervläk. Die twee lagen zijn van elkaar gescheiden door het
"skin-effect.
Op dat buiten-oppervlak kunnen, door
uitwendige HF-velden, ook HF-stromen worden opgewekt. Men noemt
deze stromen
"mantelstromen".
Die wisselwerking kan zeer hinderlijke effecten teweegbrengen.
Mantelstromen moeten daarom hier vermeden worden. Bijvoorbeeld door toepassing
"mantelstroom smoorspoelen". In het Engels worden die
"Common Mode Chokes" genoemd. Afgekort als "CMC". Die vormen hoge sper
impedanties op alleen het buitenoppervlak van de coax
afscherming. Het inwendige van de coax kabel is door de
afscherming van de CMC gescheiden. Daar heeft een CMC dus geen
invloed op. Moeilijk ? Duur ?
Zeer effectieve CMCs zijn het
goedkoopste zelf te maken.
Mijn zelfgemaakte breedband CMCs bestaan uit 13 windingen
RG58CU Mil spec C17 coax (ca. 1,2 meter coax lengte) op
een 62mm #31 ferrietkern.
De oaxkabel windingen
moeten strak, dicht
naast en tegen elkaar (niet over elkaar), en in één richting
gewikkeld worden.
Houdt ook zo groot mogelijke
afstand tussen de einden van de coax. Om een ongewenste parallel resonantie
te vermijden. Zie foto.
De einden aan de ferrietkern vastbinden met zwarte wurgbandjes.
De
met behulp van een VNA
gemeten sper-impedantie van deze CMC's bedraagt in het
hele kortegolf gebied tussen 1600 Ohm
en
3100 Ohm ! Zie de grafiek hieronder.
Opmerking : Dit type CMCs werkt het beste op plekken met
lage bron- of
belasting impedantiies. Dus niet direct aan een hoog impedante
eindgevoede draad. Wel aan de geaarde laag-impedante transformator
ingang
ervan.
Bij mijn antenne is tussen de aanpassing-transformator en de coax kabel
("feeder") een identieke CMC gemonteerd.
De op de buitenzijde van de feeder lopende common mode (HF-)-stromen ondervinden
door die CMC flinke weerstand (verzwakking). Waarna de
overgebleven stroom-resten
makkelijk naar het laag-impedante "Aardpunt" afvloeïen. Ze
kunnen de
transformator bijna niet bereiken. Een identieke CMC is tussen de
coax-feeder
en de zender geplaatst. En blokkeert ook daar eventuele mantelstromen.
Samen vooorkomen die twee CMCs ook, dat de coax afscherming als een
"radiaal"
kan werken. En de antenne eigenschappen zou verslechteren.
Deze CMC's blijken
in mijn antenne systeem zeer effectief. De zeer gewenste resultaten
zijn in mijn situatie :
+ Breedbandig lage VSWR op
alle banden,
+ Geen HF-storingen in mijn kamer.
Velocityfactor.
De coax lengte tussen mijn twee CMCs is ca.12 meter. Daardoor
resoneert het buitenoppervlak
van de coax niet op de
amateurbanden. Daar is een llengte van ca. 14 meter voor nodig.
De binnenkant van mijn feeder lijkt voor HF stromen
echter ca. 20 meter lang te zijn. Ik noem dat eenvoudigweg de "electrische
lengte".
Dat komt, omdat
HFstromen aan de binnenkant van de coax
1,5 maal zo traag lopen, dan de
HF-stromen op het buitenoppervlak van de afscherming. HFstromen lopen aan de
binnenkant van die coax dus slechts 0,66 maal zo
snel dan de HF-stromen op de buitenkant. In het Engels noemt men
dat de
velocityfactor van de coax.
De velocityfactor voor RG58CU
coax is 0,66.
Welke coax en connectoren gebruiken.
+
De coax lengte is gemeten
met RG58CU MILspec C17 coax.
Let op de gebruikte velocityfactor
(0,66).
+ Gebruik coax met
gevlochten afscherming.
+
Vermijd coax met felie afscherming.
+ Gebruik connectoren met
wartel die de coax afscherming
fixeert.
+ Vermijd "press-fit" connectoren.
+ Gebruik connectoren waarvan de
(massa)contactvlakken goed vlak op
elkaar (speling-vrij) aansluiten.
+ Gebruik in de buitenlucht
waterdichte (N)-connectoren,
Binnenshuis kunnen eventueel
goede kwaliteit BNC connectoren
toegepast worden. Ze zijn echter niet waterdicht.
De optimale
lengte van de coax-feeder.
De totale eelectrische lengte
van de coax-feeder, inclusief connectoren en CMCs, is zeer
belangrijk voor optimaal lage VSWR bij de
zender.
De totale
electrische
lengte van de coax
moet voor deze antenne 1/4 lambda zijn voor 3,605 MHz.
Dan gedraagt de feeder zich als multiple 1/2lambda lang
voor de 7MHz, 14MHz, 21MHz en 28MHz banden.
Met als gevolg dat
de VSWR die bij de zender gezien wordt, zo weining
mogelijk verschilt van de VSWR die de antenne zelf vertoont.
Een feeder met
ongunstigere electrische lengte, kan
ongunstige invloed hebben op de bij de
zender waargenomen VSWR !
Feeder lengte meten.
+ De vermogens-verliezen van bijvoorbeeld 15 meter RG58CU coax zijn
verwaarloosbaar :
Verlies @ 3MHz = 0,4dB ; Verlies @ 30MHz = 0,7dB. Dat is
niet merkbaar.
+ De TOTALE kabellengte (inclusief connectoren en CMCs) moet
gemeten worden met behulp van een VNA.
+ Indien een langere feeder dan 12 meter nodig is, dan kan de
totale
electrische
lengte
verdubbeld worden naar 1/4 lambda
voor 1,802MHz.
+ Een te lang kabeldeel
NIET inkorten, maar oprollen.
De totale elektrische coax lengte kan eenvoudig worden bepaald door
:
* Één uiteinde van de coax aan
de VNA aan te sluiten (inclusief de tussengevoegde CMC's !).
*
Het andere kabeleinde nergens op
aansluiten. Dus
open.
Op de VNA moet de fase van +180 graden naar -180 graden
verspringen, bij een frequentie van 3,605 MHz.
Te lage frequentie ? De feeder voorzichtig beetje bij beetje inkorten.
Bewijs :
Om het optimale effect van deze
gunstigste
electrische coax lengte aan te tonen, werden daarna aan de
zender zijde
van de feeder weer VSWR metingen gedaan.
Vergelijk de bij de antenne gemeten returnloss
met de bij de zender gemeten VSWR.
Zie
de tabellen en grafieken.
Per frequentieband is de laatste minstens gelijk aan, of beter
dan de eerste.
De antenne metingen.
De door mij gebruikte Vector Network Ananlyser
is een “NanoVNA
V2.2 Plus4”. De software was VNA-qt. Deze VNA heeft naast
de twee HF poorten, een mechanisch
degelijke USB-B poort. De benodigde 5Vdc werd hieraan via een 5m lange
datakabel toegevoerd.
Na het inkorten ("trimmen") van de antenne, werden
resonantie grafieken, en
impedantie metingen aan de antenne uitgevoerd.
De VNA was hierbij
direct aan de antenne transformator
gekoppeld. Zie foto.
De overige meting werd uitgevoerd met de
VNA aangesloten aan het begin van de feeder.
De eerste
praktijk ervaringen (Juli 2026).
+ In de 80m amateur band
waren amateur signalen te zien tot S9+30dB ! De
antenne leek het daar in oostelijke richting goed te doen met Duitsland,
Oekraine en Zwitserland. Nederlandse amateurs rappoteerden goede
signaalstektes voor mijn slechts 100W output.
+ In de 40m band werden amateursignalen van S9+20dB ontvangen.
+ In de 15m band en de 10m band werden DX signalen
waargenomen in zeer lage ruisniveaus.
Ik maakte op
21MHz meerdere verbindingen met Engelse (!) amateurstations. Met S9+
signalen over en weer, en weinig QSB. Shaun M0BJL meldde me toen, dat ik op dat
moment het sterkste signaal in de hele 21MHz band bij hem produceerde.
Kennelijk waren er toen bijzonder goede “Tropo propagaties”.
Dat suggereert wel dat mijn antenne op 21MHz een gunstig-lage opstraal-hoek
richting west heeft.
Overdag is het door mij ontvangen stoorniveau
in de 80m band en in de 40m band erg hoog, tot S9.
Na de schemering verdwijnen alle storingen
geleidelijk, en zijn de overgebleven "grond"-ruissterktes
bij voorbeeld in de 80m band S5, en in de 15m band S2.
Dat is voor in een stedelijke omgeving zondermeer goed te
noemen.
De
“man made noise” in de 10m band is dan zelfs maar net iets sterker
dan de “eigenruis” van de ontvanger.
Niet
verkeerd voor een lokatie aan de rand van een grootstad als Utrecht.
VSWR en de interne automatische antenne tuner.
Als de VSWR lager is dan 1,5:1 hoeft de
automatische tuner van de TS570-D niet gebruikt te worden. Het gereflecteerde vermogen
is dan lager dan 4%.
Als de VSWR ongemerkt naar
hoger dan 1,3:1 oploopt, regelt de zender automatisch zijn
uitgangvermogen terug, zodat de eindtrap minder kans op schade
ondervindt.
Tot VSWR 3:1
mag de tuner gebruikt worden, om de VSWR naar veilige waarde te brengen.
Volgens de handleiding van de TS570-D,
mag de tuner niet gebruikt worden
bij een VSWR waarde hoger dan 3:1. Dan is het gereflecteerde
vermogen zelfs 50% of hoger. De tuner kan dan
schade oplopen..
VSWR-bandbreedte (B in
MHz)
20260828.
afgelezen op de SWRmeter van de TS-570-D.
(de
elektrische
lengte van de coax feeder is
1/4lambda@3,605 MHz).
| Band |
VSWR <= 1,5:1 |
VSWR <= 3:1 |
80m
3.635
B=0.350 |
3.592-3.668
B=0.076 |
3.572-3.699
B=0.127 |
40m
7.0-7.2
B=0.200 |
6.757-7364
B=0.667 |
6.460-7.713
B=1.263 |
20m
14.0-14.35
B=0.350 |
13.535-14.428
B=0.893 |
13.100-15.134
B=2.034 |
15m
21.0-21.45
B=0.450 |
20.631-21.871
B=1.340 |
19.829-22.759
B=2.930 |
10m
28.0-29.7
B=1.700 |
27.361-29.256
B=1.895 |
26.571-29.984
B=3.413 |
VSWR aan de zenderzijde (aan het begin van de
feeder) met VNA gemeten.
De elektriche lengte van de totale feeder, incl.
CMCs en connectoren, is 1/4 lambda voor 3,505MHz.
Boven de de
Rode
lijn is
VSWR >= 3:1.
Onder de
GROENE lijn is
VSWR <= 1.5:1
|
Returnloss
van de antenne met VNA gemeten. |
  |
  |
 |
In de 7MHz,
14MHz en 21MHz banden is de VSWR < 1.5:1 .
Het gebruik van een tuner daar niet nodig.
|
Antenne impedantie aan de antenne-transformator
met VNA gemeten. |
  |
  |
  |